Invallende lichtstralen worden door de cornea (het hoornvlies) en de ooglens gebroken. Bij een goed werkend oog, zal het brandpunt van deze lichtstralen op het netvlies (retina) vallen, zodat een scherp beeld van een voorwerp ontstaat. Via zenuwcellen worden de lichtprikkels omgezet in zenuwprikkels die naar het gezichtscentrum in de hersenen worden gestuurd. Hier worden de beelden geïnterpreteerd.
Wanneer ben je bijziend?
Als je alles wat dichtbij is scherp ziet, maar voorwerpen die verderaf zijn troebel waarneemt, dan ben je waarschijnlijk bijziend (myoop). Bijziendheid kan o.a. gecorrigeerd worden door een contactlens met negatieve sterkte.
Wanneer ben je verziend?
Kijk je moeiteloos in de verte, maar blijven de dingen in je nabijheid wazig? Dan ben je wellicht verziend (hypermetroop). In dat geval biedt een lens met positieve sterkte de oplossing.
Wanneer ben je astigmaat?
Bij velen onder ons is het hoornvlies niet volmaakt bolvormig. Wanneer de aanwezigheid van vlakkere en steilere delen aanleiding geeft tot een verstoring van je gezichtsscherpte, ben je astigmaat. Dit kan ook een gevolg zijn van een niet-perfecte lichtbreking door de ooglens. Astigmatisme kan o.a. verholpen worden door een contactlens met torische sterkte.
Wanneer ben je presbyoop? Als alles functioneert zoals het hoort, verandert de ooglens van vorm om een voorwerp scherp in beeld te krijgen. Naarmate je ouder wordt, vermindert de elasticiteit van de ooglens en het lenskapsel. Het wordt bijgevolg moeilijker om scherp te stellen op dichtbijgelegen voorwerpen. Het vraagt bijvoorbeeld meer inspanning om te lezen. Dit verschijnsel noemt men presbyopie of ouderdomsverziendheid. Je kan dit o.a. verhelpen met progressieve lenzen.
Contactlenzen kunnen voor al deze gevallen een oplossing bieden: de optische eigenschappen van de lens, gecombineerd met deze van het oog zorgen ervoor dat het licht precies op het netvlies wordt geprojecteerd. Het resultaat is scherp zicht.
Contactlenzen rusten op het hoornvlies, het transparante oppervlak van het oog. Zij worden op hun plaats gehouden door adhesie aan de traanfilm, die het voorste deel van het oog bedekt, en, in mindere mate door de druk die de oogleden uitoefenen. Bij het knipperen, glijden de oogleden over het oppervlak van de contactlens waardoor ze lichtjes gaat bewegen. Deze beweging zorgt ervoor dat de tranen het hoornvlies of cornea kunnen bevochtigen. De tranen helpen ook om de vuildeeltjes te verwijderen die zich tussen cornea en contactlens kunnen opstapelen.
Contactlenzen zijn optische, medische hulpmiddelen die vooral aangewend worden voor het corrigeren van verziendheid, bijziendheid, astigmatisme en presbyopie. In deze gevallen wordt het licht niet nauwkeurig genoeg op het netvlies (een transparante laag van zenuwcellen die een rol spelen bij de lichttransmissie) geprojecteerd. Dit resulteert in een wazige beeldvorming: het zicht is niet meer scherp.
Om te weten of contactlenzen voor jou een goede oplossing zouden zijn, overloop je zorgvuldig onderstaande vragen. De antwoorden hierop zullen je een eerste indicatie geven. Raadpleeg in ieder geval een contactlensspecialist voor professioneel advies.
Zal je contactlenzen kunnen dragen?
Een groot deel van de bevolking kan probleemloos lenzen dragen. De technologie is de afgelopen jaren sterk geëvolueerd en heeft veel meer mogelijk gemaakt. De nieuwe generatie lenzen is zeer 'oogvriendelijk'.
Toch kunnen lenzen moeilijk te verdragen zijn indien :
Je ogen door allergie geïrriteerd zijn
Je in een stoffige, rokerige of droge omgeving werkt
Je medicijnen neemt die een invloed hebben op je traanfilm
Je hormonenspiegel verstoord is (vb. bij zwangerschap)
Bij diabetes, schildkliermalfunctie
Raadpleeg in ieder geval je contactlensspecialist. Hij zal je kunnen vertellen of contactlenzen al dan niet een geschikt correctiemiddel voor je zijn.
Wat zijn de voordelen van contactlenzen?
Esthetische voordelen:
Contactlenzen zijn onzichtbaar voor anderen
Contactlenzen 'ogen' natuurlijk; ze laten je natuurlijke uitstraling onaangetast
Contactlenzen doorstaan modetrends
Vooral bij hoge correcties zijn lenzen spectaculair vergeleken met een bril
De esthetische voordelen beperken zich niet tot louter 'mooi' zijn. Sociale acceptatie en vooral fysieke beweeglijkheid worden bevorderd door het dragen van lenzen.
Kleurlenzen kunnen je ogen extra accentueren of er een andere tint aan geven. Ze zijn beschikbaar zonder of met correctie en in kleurversterkende of opake tinten.
Visuele & praktische voordelen:
Contactlenzen bieden je een totaal gezichtsveld.
Ze gaan niet aandampen bij temperatuurverschillen en regenweer
Geen vervorming bij hogere sterkten
Zitten niet in de weg tijdens het sporten of bij andere vormen van vrijetijdsbesteding
De lenzen blijven steeds gecentreerd op de oogas zodat de correctie optimaal is
Betere dieptewaarneming bij hogere sterkten
Sommige visuele afwijkingen kunnen beter met contactlenzen worden opgelost zoals afakie, keratoconus, anisometropie, aniseikonia enz.
Beroepsgebonden voordelen:
Heel wat beroepsactiviteiten vergen een uitstekend zicht. Hier zijn contactlenzen een ideale oplossing : fotografen en zij die professioneel te maken hebben met microscopen, telescopen en optische instrumenten dragen graag contactlenzen
Ook chirurgen, beroepssportlui en leden van ordediensten kiezen snel voor de optische- en de gebruiksvoordelen van contactlenzen Dat performers, actrices en acteurs gretige lensdragers zijn is voldoende bekend
Wat zijn de nadelen van contactlenzen?
Het leren inzetten en uitnemen moet je even onder de knie krijgen en verder is het wennen aan zachte lenzen zo gebeurd! Voor vormvaste lenzen ("harde lenzen") moet je jezelf wat meer tijd gunnen.
Het dragen van lenzen vraagt altijd enige discipline. Bij daglenzen of extended wear (dag- en nacht lenzen dragen) is dit de dispcipline zich te houden aan de regels van de hygiëne en de instructies van de aanpasser. Alle andere soorten lenzen dien je dagelijks te reinigen en te desinfecteren. Ook als je laat op stap bent geweest. De moderne alles-in-één vloeistoffen zorgen er wel voor dat de lensmanipulatie tot een minimum kan herleid worden.
Welke levensstijl leid je? Welk soort werk doe je?
Als je houdt van sport en actieve vrijetijdsbesteding, dan bieden contactlenzen tal van voordelen. Lenzen vermijden dat je gehinderd wordt door aangedampte of door de regen bespatte glazen. Lenzen garanderen je een totaalzicht : als je met een bril op je neus zijdelings kijkt levert dit een prismatisch effect op omdat je niet door het centrum van het brilglas kijkt. Met lenzen is zoiets uitgesloten.
Hou rekening met je beroep en je werkomstandigheden : als het voor de uitoefening van je taken belangrijk is dat je een totaalzicht hebt (vb. bij autorijden), dan kunnen contactlenzen de voorkeur genieten. Werk je echter in zeer stoffige of droge ruimtes, dan zou je kunnen opteren voor een bril.
Vind je je bril leuk?
Vind je dat je bril perfect bij je past en opteer je daarom voor deze gezichtscorrectie? Weet dan dat je nu eigenlijk niet meer moet kiezen tussen een bril OF lenzen. Je kan bv. opteren voor daglenzen: deze zijn perfect af te wisselen met een bril, omdat ze geen onderhoud vragen: je start telkens met een nieuw, fris paar lenzen waar en wanneer je maar wil!
De kostprijs van contactlenzen vergeleken met die van een bril.
Voor de prijs van een doorsnee bril kan je tegenwoordig méér dan een jaar lang contactlenzen dragen. Bespreek met je contactlensspecialist welk type lens en welke vervangfrequentie het beste voor je is.
Omgaan met je lenzen is een kwestie van routine : eens je de verschillende handelingen onder de knie hebt, verloopt alles zeer vlotjes.
Alleen jij kunt ervoor zorgen dat je contactlenzen gedragen, vervangen en onderhouden worden zoals je contactlensspecialist dat heeft aangeraden. Zorg dragen voor je contactlenzen mag dan al een hele klus lijken, je zal al heel snel merken dat het allemaal nog meevalt. Daarenboven maken de onderhoudsproducten van de nieuwe generatie het je een stuk makkelijker.
Geniet dus van je lenzen en bescherm je ogen. In de hieronderstaande paragrafen vind je meer info over hoe je het beste met je lenzen omgaat.
Hoe lenzen inzetten?
Was je handen met een milde zeep, spoel ze en droog ze met een schone en pluisvrije handdoek af.
Zorg ervoor dat de afvoer van de wastafel gesloten is vooraleer je de lenzen manipuleert. Lenssterktes zijn meestal niet dezelfde voor beide ogen, dus let erop dat je de juiste lens op elk oog zet. Maak er een gewoonte van om altijd met hetzelfde oog (links of rechts naar keuze) te beginnen. Zo vermijd je verwarring.
Haal de lens voorzichtig uit de verpakking of de lenshouder. Gebruik geen pincet of andere voorwerpen. Vermijd de lens met je nagels aan te raken. Dit kan de lens beschadigen.
VOOR ZACHTE LENZEN:
1/ Controleer de lens
Plaats de lens op de top van je wijsvinger en houd ze tegen het licht. Verzeker je ervan dat ze schoon en stofvrij is, en geen scheurtjes of beschadigingen heeft. Als de lens beschadigd is, zet ze dan niet in!
Verzeker je ervan dat de lens niet binnenstebuiten zit. Een lens die binnenstebuiten op het oog wordt gezet kan oncomfortabel aanvoelen en geeft geen scherp zicht.
Controle van de lens(correcte zijde naar buiten)
Methode 1:
Plaats de lens op de top van je wijsvinger en kijk naar de vorm.
de randen vouwen zich mooi naar binnen (de lens lijkt op een kommetje) : ze zit juist de randen krullen naar buiten (de lens lijkt op een bord) : de lens zit binnenstebuiten en moet worden omgekeerd.
Methode 2:
Hou de lens tussen duim en wijsvinger.
Buig de randen van de lens voorzichtig naar elkaar toe.
Waneer de randen van de lens naar elkaar toe buigen, zit de lens goed. Indien de randen eerder van elkaar weg plooien, dan zit de lens binnenstebuiten
2/ Hoe de lens op het oog plaatsen?
Zet de lens op de top van je wijsvinger (als je linkshandig bent is links eenvoudiger). Zorg ervoor dat je vinger droog is, anders blijft de lens plakken en is het moeilijk om ze in te zetten.
Kijk recht vooruit in de spiegel en concentreer je op je ogen, niet op je handen.
Plaats de middelvinger van dezelfde hand op je onderste ooglid en trek dit iets naar beneden.
Gebruik de vingers van je andere hand om het bovenste ooglid iets omhoog te trekken. (toon afbeelding)
Zet de lens direct op het oog (toon afbeelding)
Kijk naar beneden, laat het onderste ooglid los en vervolgens het bovenste.
Voorzichtig knipperen. De lens centreert automatisch. Herhaal de handelingen met de andere lens.
Een kink in de kabel ....
Je bent er niet in geslaagd om je lens in te zetten?
Spoel ze dan even af met een steriele saline-oplossing vooraleer opnieuw te proberen.
De lens zit niet gecentreerd op het oog.
Zo af en toe kan het voorkomen dat de lens zich tijdens het inzetten of tijdens het dragen verplaatst naar het witte deel van het oog. Als dat het geval is, kijk dan waar de lens zit en masseer de lens terug naar het centrum van het oog, door middel van de oogleden.
Er zit iets op de lens.
Neem de lens uit en kijk of er cosmetica, of vuildeeltjes zijn achtergebleven. Spoel de lens grondig met steriele saline voor je de lens weer in het oog zet.
De lens zit op het verkeerde oog.
Zet de lens op het andere oog.
De lens zit binnenstebuiten.
Zie hierboven onder het punt 'Controleer de lens'.
De lens is gescheurd of beschadigd.
Als dit het geval is mag de lens nooit ingezet worden. Gooi de lens weg en zet een nieuwe in, of neem contact op met uw contactlensspecialist.
Als je zicht nog steeds niet scherp is, en de lens voelt niet comfortabel nadat je bovenstaande hebt gecontroleerd, neem dan de lenzen uit en neem contact op met je specialist.
Hoe lenzen uitnemen?
Was, spoel en droog je handen. Sluit de afvoer van de wastafel.
Trek het onderste ooglid met de middelvinger naar beneden. Verzeker je ervan dat de lens op het oog zit.
Plaats de top van de wijsvinger op de lens (toon afbeelding) en kijk vervolgens opwaarts. Hierdoor zal de lens naar beneden worden verschoven, op het witte deel van het oog. (toon afbeelding)
Pluk de lens daar tussen duim en wijsvinger. (toon afbeelding)
Reinig en desinfecteer de lenzen of gooi ze weg (afhankelijk van het lenstype)
Herhaal bovenstaande procedure voor de andere lens. Als je problemen hebt om de lens uit te nemen, breng dan een paar comfortdruppels of steriele zoutoplossing in het oog, wacht een ogenblik en probeer opnieuw.
VOOR FLEXIBELE LENZEN:
Het inzetten:
- Zet de contactlens op de top van uw wijsvinger, hou de oogleden goed uit elkaar.
- Zet de lens direct op de cornea (het hoornvlies).
- Controleer of de lens goed zit door even om je heen te kijken.
- Volg dezelfde procedure met de tweede lens.
- Indien je de lens laat vallen, spoel ze dan eerst grondig af met een steriele zoutoplossing of een alles-in-één vloeistof.
- Wanneer de lens na het inzetten irriteert, kan het zijn dat er bvb. een stofje onder zit. Neem de lens dan opnieuw uit,
spoel ze af en zet ze opnieuw in. Indien de irritatie blijft, raadpleeg dan zo snel mogelijk uw contactlensspecialist.
- Zet nooit een beschadigde lens in!
Het uitnemen:
Er zijn verschillende methoden om de lenzen uit te nemen. Je kunt zelf het best beoordelen wat voor jou de eenvoudigste methode is. Hieronder vind je er 2 beschreven:
Methode 1:
- Buig het hoofd een beetje naar voren en houd één hand zo dat je de contactlens op kan vangen. - Leg de wijsvinger van de andere hand bij de buitenste ooghoek en kijk naar het puntje van de neus. Maak je ogen groot. Wanneer je de oogleden nu krachtig naar buiten, richting oor trekt en knippert, valt de contactlens vanzelf in je hand.
Methode 2:
Met gebruik van een zuignapje:
- Kijk in de spiegel en zet het zuignapje voorzichtig op de lens.
- Neem de lens door middel van het zuignapje van het oog.
Het belang van goede oogzorg zal door niemand worden ontkend. Toch zijn we geneigd te wachten tot er zich werkelijk een probleem manifesteert. Het hoeft geen betoog dat dank zij regelmatige controles veel narigheid kan worden voorkomen.
Het dragen van contactlenzen en het gebruik van lensvloeistoffen dient dan ook onder toezicht en volgens de adviezen van een contactlensspecialist te gebeuren.
De ene contactlens is zeker de andere niet en contactlensvloeistoffen zijn alles behalve "sapjes" die door elkaar kunnen worden gebruikt.
Wie contactlenzen draagt zou zich ten minste halfjaarlijks voor controle moeten aanbieden, zelfs als men "nergens last van heeft". Tijdens zo'n controle kan ondermeer worden nagegaan hoe het oog op de lenzen reageert, of de juiste vloeistof wordt gebruikt, of er misschien een andere sterkte in de lenzen moet, of er tekenen zijn die aangeven dat men moet overstappen naar een ander lensmateriaal, een ander lensontwerp enzoverder.
Raadpleeg steeds een contactlensspecialist wanneer je lenzen wil gaan dragen of wanneer je van plan bent van lenstype of lensvloeistof te veranderen.
Lenzendragen verloopt voor de meesten probleemloos, maar ook hier geldt: beter voorkomen dan genezen!