Voor alle zachte lenstypen gelden volgende algemene adviezen:
I. VOORBEREIDING
1. onderzoek voorste oogsegment
2. meting van de centrale corneakrommingen
3. refractie
II. CONTRA-INDICATIES
1. alle afwijkingen van het voorste oogsegment
2. slechte traanfilmcondities
III. KEUZE INITIËLE LENS
1. Sterkte (*):
Sferische correcties: initiële lenssterkte = beste brilcorrectie, indien de refractiewaarden Í 4.25 dioptrie zijn. Bij hogere refractiewaarden dient u om te rekenen naar hoornvliesafstand nul (HVA nul). U kan hiertoe de tabel raadplegen.
Correcties met lage cilinderwaarden: initiële lenssterkte = het sferisch equivalent (SE), op HVA nul. Het sferisch equivalent bekomt men door de helft van de cilinderwaarde op te tellen bij de sferische waarde
Vb. 1/ Rx = -3.00 -0.50 as 180°, SE = -3.25
Vb. 2/ Rx = -4.50 -0.50 as 180° op 14 mm, SE = -4.75, op HVA nul wordt de initiële lenssterkte -4.50
Vb. 3/ Rx = +2.00 -0.50 as 10°, SE = +1.75
Vb. 4/ Rx = +6.00 -0.50 as 10° op 14 mm, SE = +5.75, op HVA nul wordt de initiële lenssterkte +6.25
Het is steeds raadzaam het SE even door de drager te laten testen in de pasbril (als men bvb. cilinderwaarden -0.25 of -0.75 heeft is dit zeker aangewezen)
Cilindrische correcties: initiële lenssterkte en asrichting = beste brilcorrectie, eventueel omgerekend naar HVA nul.
Elke torische contactlens vertoont referentiepunten (markeringsstreepjes, cirkeltjes) om een eventuele draaiing van de lens op het oog te kunnen beoordelen. Het type markering kan worden teruggevonden in het overzicht bij de "technische kenmerken" van de lens.
Indien de paslens op het oog verdraait, dient men bij de bestelling van de definitieve lens, rekening te houden met deze verdraaiing.
Vb. 1/ Rx = -3.00 -1.00 as 180°, stabilisatie op 180°, wordt ook de lenssterkte.
Vb. 2/ Rx = -5.00 -1.50 as 180° op 14 mm, op HVA nul wordt de initiële lenssterkte:
-4.75 -1.25 as 180°
Bij verdraaiing van de initiële lens:
Vb. 1/ Refractie-as is 160°, lens stabiliseert op 10°, te bestellen as wordt dan 150°
Vb. 2/ Refractie-as is 20°, lens stabiliseert op 160°, te bestellen as wordt dan 40°
Algemeen geldt dat indien een torische lens meer dan 25° draait op het oog, men best overstapt op een ander lenstype.
(*) voor Focus Progressives: aanvraag aanpasrichtlijnen Focus Progressives!
2.Radius:
Het (berekende) gemiddelde van de cornearadii is zowat 7.8 mm.
Vaak zal de initiële radius van een zachte lens voor een diameter van ca. 14.0 mm dan ook in de buurt liggen van 8.6 mm, of een "medium" equivalent.
Indien men te maken heeft met zeer vlakke cornearadii of andersom, vrij steile, kan men initieel reeds voor een vlakkere of diepere radius kiezen.
3.Diameter:
De keuze van de lensdiameter gebeurt o.m. in functie van de grootte van de zichtbare irisdiameter en van de beoogde passing.
Gemiddeld is de zichtbare irisdiameter ca. 12.0 mm. De meest gebruikte (zachte) lensdiameters draaien dan ook rond 14.0 mm.
In de meeste gevallen heeft het vergroten van de diameter ook voor gevolg dat de lens wat dieper wordt, omgekeerd zal de lens wat vlakker gaan zitten bij het verkleinen van de diameter.
IV. BEOORDELING VAN DE PASLENS :
De lens wordt beoordeeld op lensdiameter, centrering en beweeglijkheid.
Indien de lens aan alle criteria voldoet, kan eventueel een overrefractie worden uitgevoerd, zo de initiëel gekozen lenssterkte niet tot de gewenste gezichtsscherpte leidt.
- Passing :
altijd gecentreerd, ook bij het omhoog kijken
- Beweeglijkheid :
Na elke knipperslag moet er beweging van de lens waargenomen worden. Bij twijfel kan een "push-up" test worden uitgevoerd. Daartoe wordt de lens dmv. het onderste ooglid opwaarts geduwd. Indien de lens makkelijk opwaarts kan worden geduwd en bij loslaten van het ooglid vlot haar originele positie weer inneemt is de beweging voldoende. Een te diep aangemeten lens zal flink weerstand bieden tegen het opduwen en zeer traag of helemaal niet meer terugkeren naar de gecentreerde positie. Een te vlakke lens kan men makkelijk opwaarts duwen waarbij de onderrand van de lens vaak de pupil overschrijdt. De lens zal ook snel naar beneden glijden bij het loslaten van het onderste ooglid.
- Na-refractie :
Zo de lens aan alle criteria van een goede passing voldoet, kan men overgaan tot een eventuele refractie over de lens om een maximale en stabiele visus te bekomen.
Voor torische lenzen bevelen we een sferische overrefractie aan.
Indien een torische overrefractie noodzakelijk was om een optimale correctie te bekomen, biedt CIBA Vision u de mogelijkheid de lens voor u uit te rekenen.
Hiertoe dient u de volgende gegevens door te geven :
1. rechter- of linkerlens
2. gebruikte paslens
3. overrefractie
4. inclinatiehoek (volgens TABO)
5. brilrefractie
V. NACONTROLES
Dagelijks dragen :
Bij nieuwe aanpassingen met zachte lenzen is het aan te bevelen te beginnen met vier tot zes uur aaneengesloten dragen, waarna de draagtijd iedere dag met twee uur verlengd kan worden.
Bij nieuwe aanpassingen met vormvaste lenzen kan men beginnen met twee uur aaneengesloten dragen, vervolgens de draagtijd dagelijks met één uur verlengen.
Wanneer de lenzen dan de gehele dag worden gedragen (na 8-10 dagen), is het tijd voor de eerste controle. Vervolgens adviseren wij een halfjaarlijkse controle.
Verlengde draagtijden (enkel op aanbeveling van de aanpasser) :
Alle controles zo vroeg mogelijk ‘s morgens uitvoeren. Vervolgens adviseren wij een 3-maandelijkse controle
Verlengde draagtijden zijn alleen dan mogelijk wanneer de contactlensdrager of
-draagster naast de juiste fysiologische condities, ook over een uitstekend verantwoordelijkheidsgevoel beschikt en hygiënebewust is. Voor verlengde draagtijden mogen alleen “fabrieksnieuwe” contactlenzen (uit ongeopende blister of flacon) gebruikt worden.
1e controle : na de eerste nacht
2e controle : na drie dagen
3e controle : na een week
Alleen wanneer alle controles zonder negatieve bevindingen worden afgesloten, behoren verlengde draagtijden tot de mogelijkheden.
VI. LENSONDERHOUD
Voor het onderhoud van de contactlenzen beschikt CIBA Vision over een uitgebreid gamma kwalitatief hoogstaande vloeistoffen.
Sommige producten zijn echter niet geschikt voor alle lenstypen. Gelieve hier dan ook op te letten wanneer u een bepaalde onderhoudsvloeistof aanbeveelt.
Elk onderhoudssysteem heeft ook een bijhorende lenshouder. Om de optimale werking van een product te garanderen dienen steeds de componenten van dat systeem te worden gebruikt en mogen deze niet worden vervangen door onderdelen van andere lensverzorgingssystemen.
Algemeen geldt dat onderhoudsvloeistoffen speciaal ontworpen voor vormvaste lenzen, niet geschikt zijn voor gebruik met zachte lenzen.
Sommige ionische, hoogwatergehalte lenzen kunnen tijdelijk krimpen bij onderdompeling in een peroxide-oplossing. Een vormverandering van de lenzen is soms waarneembaar wanneer zij hun oorspronkelijke grootte weer aannemen bij het neutraliseren. Dit geldt vooral voor 2-fase peroxidesystemen. Het volstaat de neutralisatietijd in de 2de vloeistof (die voor de neutralisatie zorgt) te verlengen tot de lenzen hun normale vorm krijgen.
Voor gekleurde lenzen worden best geen vloeistoffen gebruikt met zgn. "korrels".
Vloeistoffen met vrij agressieve bewaarcomponenten zoals benzalkoniumchloride, thiomersal en chloorhexidine worden best vermeden.
Hittedesinfectie wordt sterk afgeraden!
VII. OPMERKING
Vele CIBA Vision lenzen hebben een gravering in de rand.
Hiermee is het mogelijk lenstype en radius te achterhalen (voor de vormvaste lenzen uit het Persecongamma zijn ook sterkte en diameter in de gravering terug te vinden)
Mogelijkheden:
CIBA A = Cibasoft Visitint
CIBA E = Weicon 38 E
CIBA C = Weicon CE
CIBA M = Focus Toric
CIBA S = Focus Visitint en Softcolors
CIBA T = Weicon Torisoft
CIBA V = Focus Progressives
CIBA Z = AIR OPTIX NIGHT&DAY
De radius van de zachte lenzen wordt veelal aangeduid door het laatste cijfer van de kromming zo staat bvb. 6 voor een 8.6 kromming.
AANPSADVIEZEN VORMVASTE LENZEN
Voor de vormvaste (standaard) lenzen gelden volgende algemene adviezen::
I. VOORBEREIDING :
1. onderzoek van het voorste oogsegment
2. meting van de centrale corneakrommingen
3. refractie
II. CONTRA-INDICATIES :
Alle afwijkingen van het voorste oogsegment
III. INDICATIES :
-alle sferische en astigmatische oogafwijkingen met verschillen in cornea-kromming tot 0.5 mm
-bij grotere verschillen komt het erop aan hoe gunstig of ongunstig de onregelmatige perifere afvlakking de passing beïnvloedt
-problemen met zachte contactlenzen
IV. KEUZE VAN DE PASLENS :
-diameter : met 9.8 mm beginnen.
-basiscurve : = vlakste centrale corneakromming (Ro = K)
-sterkte : beste sferische brilrefractie*.
Bij Ro > K ontstaat een negatieve traanlens
Bij Ro < K ontstaat een positieve traanlens.
De approximatieve waarde ervan kan berekend worden door aan te houden dat een verschil van 0.1 mm overeenstemt met 0.50 dpt.
Vb.: Indien K = 7.8 mm en Ro van de lens 7.9 mm, is de waarde van de traanlens ongeveer -0.50 dpt.
Zou Ro 7.6 mm zijn, bedraagt de sterkte van de traanlens ongeveer +1.00 dpt.
* Bij minuscilinder HVA = 0.
Door de lens parallel aan de vlakste centrale corneakromming aan te passen, ontstaat er tussen contactlens en
cornea een plan-cilindrische traanfilm die het cornea-astigmatisme tot 10.6% reduceert.
V. BEOORDELING VAN DE PASLENS :
Na het inzetten moeten de lensdiameter, de centrering en de beweeglijkheid gecontroleerd worden. Indien nodig wordt op het andere oog ter vergelijking een kleinere of een grotere diameter ingezet. Al naar gelang van het perifere verloop van de cornea kan het noodzakelijk zijn, de basiscurve 0.1 mm vlakker of steiler te kiezen. Bij een "sferische" cornea is meestal sprake van een relatief vlakke aanpassing.
VI. AFSLUITENDE BEOORDELING EN NA-REFRACTIE :
- Passing :
Wanneer de rand van de lens net onder het bovenste ooglid valt, komt dat het subjectieve draagcomfort ten goede
- Beweeglijkheid :
Beoordeling na 30 minuten draagtijd. De lens moet een glijdende beweging maken, dan is een goede traanfilmconditie verzekerd.
- Fluoresceïnetest :
Gestreefd wordt naar een parallelaanpassing met een tendens naar vlak
- Na-refractie :
Maximale en stabiele visus bij sferische overrefractie
Een verandering van de basiscurve van 0.1 mm geeft een verandering van de traanlens van ca. 0.50 dpt en dus ook een vergelijkbare verandering van de correctie. De sterkte van de contactlens moet dan ook evenredig aangepast worden.
VII. MINUS-DRAAGRAND
Daar bij plusgeometrieën met een toenemende sterkte zowel de middendikte als het gewicht onvermijdelijk toenemen, verplaatst het zwaartepunt zich naar voren. Daardoor en door de invloed van het bovenste ooglid kunnen de paslenzen een lage positie innemen. Bij een pluslens met minus-draagrand komt de wigwerking overeen met een minuslens en dit geeft het bovenste ooglid de mogelijkheid de lens in een hoge positie te houden.
VIII GRAVERINGEN VORMVASTE LENZEN
Met uitzondering van Aquila zijn alle vormvaste lenzen uit het Persecon gamma gegraveerd.
Naast "CIBA" vindt u de kromming, de sterkte en de diameter in de rand van de lens. De buitentorische en bitorische lenzen vermelden eveneens de cilindersterkte en asrichting.
Voorbeelden:
Persecon E: CIBA 78 -3 93 E
Persecon 92E: CIBA 78 -3 93 F
Persecon Keratoconus (PEK): CIBA 76 -3 93 C
Persecon Randtorisch (PRT): CIBA A 76 -3 95
Persecon Buitentorisch (PAT): CIBA A 76 -3 95 -2A90
Persecon Binnentorisch (PIT): CIBA A 76 71 -3 95
Het aanmeten van zachte torische lenzen
Welke lenstypen in torisch zacht?
Volgens vervangschema:
conventioneel / gepland vervangen (maandelijks)
Volgens toriciteit van front- of backside:
- front: sferische cornea
kan meer geschikt zijn voor hoger intern astigmatisme.
- back: kan betere stabiliteit geven voor hoger corneaal of schuin astigmatisme.
toch ook geschikt voor sferische cornea's.
Volgens stabilisatiesysteem:
- truncatie: onderzijde van de lens weggenomen
- dynamische stabilisatie: verdunde zones boven- en onderaan
- prismaballast: dikkere zone onderaan.
Kenmerken van elk systeem:
Prisma stabilisatie: vaakst gebruikte methode
mechanische actie tijdens knipperen
zwaartekracht zou kleine rol spelen
gaat meestal goed voor schuine cilinderassen
verminderd comfort indien er significante dikteverschillen zijn
mogelijk probleem bij monoculaire cilindrische correctie.
gereduceerde zuurstoftransmissie
Dynamische stabilisatie: verdunde zones onder- en bovenaan.
dikte kan verschillen volgens de sterkte.
interactie oogleden houdt de lens stabiel
dikteprofiel geminimaliseerd.
kan minder succesvol zijn bij kleine ooglidopeningen.
Vóór het aanmeten:
· Begin steeds met een accurate, recente, volledige refractie
· Kies de cilindersterkte en de asrichting van de paslens zo dicht mogelijk bij deze van de refractiewaarden.
· Gebruik een paslens van hetzelfde type als de definitieve lens die u wenst aan te meten.
· Vergeet niet de omrekening naar HVA nul te maken bij sterkten vanaf +/- 4.00
· Laat de lens minstens 15 minuten op het oog alvorens te beoordelen.
Welk lenstype?
· Design moet stabiele lokatie van de cilinderas geven.
· Interactie met de oogleden: positie, vertikale apertuur, ooglidspanning, kracht van de knipperslag, richting van de knipperbeweging..
· Effect van de lens: materiaal, dikte, elasticiteit..
Het aanmeten:
1/ Keuze van de initiële radius:
(K + K') / 2, + 1.2 mm
2/ Keuze van de initiële sterkte:
Beste torische brilcorrectie, eventueel omgerekend naar HVA nul.
Vb. Rx -6.00 -2.25 as 180°, wordt: ctl. -5.50 -1.75 180°.
3/ Diameter:
Vaak wordt maar 1 diameter ter beschikking gesteld. (Veelal +/- 14.5 mm).
Zorg in ieder geval voor een goede corneabedekking in alle kijkrichtingen.
4/ Gekozen paslens inzetten.
Laat de lenzen minstens 15 à 20 minuten stabiliseren alvorens te beoordelen.
5/ Controle van de passing:
· Controle diameter en BCR.
Push-up test.
· Positie van de markeringsstrepen nagaan.
· Goede passing, verdraaiing markering 0-10°, geen visusklachten -> bestel definitieve lens = paslens.
Lokaliseren markeringen.
6/ Passing te vlak / te diep:
Kies diepere of vlakkere radius
7/ 5° < Verdraaiing > 20° : cilinderas aanpassen (LARS)
Verdraaiing in wijzerszin: tel het aantal graden waarover de lens verdraaide, op bij de benodigde refractie-as
VB. Refractie is -3.00 -1.00 as 160°
Lens stabiliseert op 170°, wat betekent dat de cilinder in deze lens werkt op 150°
De definitieve lens wordt besteld op 170°
Verdraaiing tegenwijzerszin: trek het aantal graden waarover de lens verdraaide, af van de benodigde refractie-as.
VB. Refractie is -3.00 -1.00 as 170°
Lens stabiliseert op 20°, wat betekent dat de cilinder in deze lens werkt op 10°
De definitieve lens wordt besteld op 150°
8 / Verdraaiing > 20°:
Probeer ander design.
Enkele tips:
· Verdraai zelf de lens een 15-tal graden, laat enkele keren knipperen en ga na of de lens opnieuw op dezelfde manier stabiliseert. Doe dit zowel in wijzerszin als in tegenwijzerszin. De lens dient na een 20-tal seconden in de oorspronkelijke positie te stabiliseren.
· Verdraai de lens ook zodanig dat ze zich in de as van correctie bevindt en laat de drager snel even kijken of dit inderdaad de gewenste visusverbetering geeft, voordat u een andere asrichting bestelt.
· Voer de ascorrectie ook niet te snel door, bij sommige dragers kan het even duren voor de lens en traanfilm in evenwicht zijn. Indien de visus vrij goed is, laat de lens dan een paar dagen proberen. Indien gewenst kan er vooralsnog een ascorrectie plaatsvinden bij het eerste controlebezoek.
· Een droge lens kan ook voor een ongewenste rotatie zorgen.
· Indien de visus instabiel is kan u desgevallend proberen de cilindersterkte iets lager te nemen. Lagere cilindersterkten zijn minder onderhevig aan rotatie en geven vaker een beter resultaat.